Vooruitgang

DOOR Sterre Lindhout 2 januari 2015

Ze spraken over het fietsvriendelijk maken van metropolen in Zuidoost-Azië, een Nederlands echtpaar en een jonge Indonesische toeriste met een grof gebreide wollen muts over haar hoofddoek. Ze waren zomaar aan de praat geraakt in een van de weinige koffietenten in de Amsterdamse Jordaan die open was op Nieuwjaarsdag.
Om hen heen startte de wereld op in de veilige modus, met het bijbehorende geknars en gezucht. De mensen zwolgen in hun kater. Een meisje staarde naar het hartje van melkschuim in haar cappuccino, vermoedelijk hopend dat het de toekomst was die zich daar openbaarde.

Het drietal was een uitzondering. Als het leven een tekenfilm was geweest, zou het om hen heen een paar tinten lichter zijn dan in de rest van de ruimte. Ze spraken over de opkomende middenklasse.

Het echtpaar had in Delhi en Jakarta gewoond. Hij was niet jong meer, misschien al tegen de zestig. Maar zijn handgebaren tijdens het praten en vrolijk scheve gebit gaven hem ontegenzeggelijk iets kwieks. De vrouw droeg een gebatikte shawl en had haar grijze haar in een meisjesachtig paardenstaartje. Het zou mij niets verbazen als ze voor een NGO werkten. Hij snoot zo nu en dan zijn neus in een zakdoek van blauwgeruit katoen.

Het is een soort onbekommerd vooruitgangsgeloof waar ik soms naar terugverlang
De Indonesische was op oudejaarsavond op Schiphol geland voor een reis door Europa. ‘Je moet naar Kopenhagen, ook heel fietsvriendelijk’, zei de man. Ze schreef het op.

Zo nu en dan was er sprake van wat neo-koloniaal superioriteitsdenken. ‘Ja, fietsen en lopen wordt in opkomende economieën natuurlijk met armoede geassocieerd’, zei de man. ‘Iedereen die het kan betalen neemt natuurlijk een auto of scooter, als statussymbool.’ Hij schudde zijn hoofd, dat zwaar leek van voortschrijdend inzicht. Maar hij was ervan overtuigd dat deze inzichten ook in Azië door zouden sijpelen.

Het optimisme was geheel wederzijds. ‘We bouwen nu ook gezondere huizen’, zei de Indonesische, die architect bleek. ‘Steeds meer mensen zien daar het nut van in.’

Opeens moest ik denken aan een scholierenuitwisseling , lang geleden in de jaren negentig. Onder de naam ‘de stad van de toekomst’ debatteerde ik in steenkolenengels met Italiaanse leeftijdgenoten. We fantaseerden over utopische parksteden zonder auto’s. Een toekomst die vijftien jaar later nog nergens ter wereld realiteit is geworden. Maar we geloofden erin, in de stad van de toekomst. Het is een soort onbekommerd vooruitgangsgeloof waar ik soms naar terugverlang.

De Indonesische wilde op pad, maar niet zonder foto met haar eerste Nederlandse vrienden. Ze haalde haar selfie-stick tevoorschijn en begon geestdriftig te klikken. Op de foto’s kijkt het echtpaar wat beduusd met dit aspect van de vooruitgang waren ze duidelijk nog niet bekend.

 

januari 3, 2015Permalink