Wat is een mensenleven waard?

DOOR Peter de Waard 10 april 2014

Als vliegtuigen in diepe oceanen verdwijnen, roepen politici dat mensenlevens onbetaalbaar zijn en dat ze alles uit de kast zullen halen om een herhaling te voorkomen.

Dat is politiek correct, maar niet waar. Geen regering besteedt een kwart van haar begroting aan luchtbewaking van het stilste plekje van de Indische Oceaan voor het geval dat daar eens in de tienduizend jaar een vliegtuig neerstort.

Economen hebben modellen ontwikkeld die bepalen hoeveel het besparen van een mensenleven kost

Aan een mensenleven hangt een prijskaartje. Het ‘monetariseren’ daarvan is onethisch, maar gebeurt toch: economen houden zich niet bezig met ethiek, maar met keuzevraagstukken. Stel dat een investering van 1 miljoen euro in de verbetering van een kruispunt (het omzagen van bomen die het zicht belemmeren en het aanbrengen van voorsorteerstroken) het aantal verkeersdoden reduceert van 20 tot 10 per jaar. En dat een investering van 10 miljoen dat aantal doden doet dalen tot 6. ­Indien een gemeente wel bereid is 1 miljoen te investeren om tien doden te voorkomen, maar geen tien miljoen om veertien doden te voorkomen, betekent het dat de waarde van een mensenleven 100 duizend euro is en geen 715 duizend euro.

Economen hebben modellen ontwikkeld die bepalen hoeveel het besparen van een mensenleven kost. Het bekendste model is de value of a statistical life (VSL), waarbij ze op grond van statistieken berekenen wat het kost om risico’s op ongevallen uit te sluiten. Hierbij vermenigvuldigen economen de procentuele kans op een ongeval met de investering.

Het leven van een 85- jarige met alzheimer wordt daarbij veel minder waardevol geacht dan dat van een kerngezonde 17-jarige die net cum laude is geslaagd voor het gymnasium

In dit model wordt ervan uitgegaan dat ieder mensenleven evenveel waard is, maar dat is economisch gezien niet zo. Naast VSL is er een model dat rekening houdt met de individuele omstandigheden van mensen. Dat wordt QALY (quality-adjusted life year) genoemd. Het leven van een 85- jarige met alzheimer wordt daarbij veel minder waardevol geacht dan dat van een kerngezonde 17-jarige die net cum laude is geslaagd voor het gymnasium.

In dit model worden de jaren die mensen volgens de sterftetabellen nog voor zich hebben, vermenigvuldigd met de factor 1 als ze op de top van hun kunnen staan. Voor elk gebrek gaan er tienden of soms honderdsten af: voor overspannenheid is dat bijvoorbeeld 0,1, voor een mobiliteitsgebrek 0,2, voor vernauwde bloedvaten 0,4 en voor kanker 0,6. Het cijfer kan zelfs negatief worden – erger dan dood – voor mensen die in een langdurige coma verkeren.

Economie modellen beslissen ook over leven en dood

Onethisch of niet; in de zorg, waar de vraag vaak veel groter is dan het aanbod, worden die modellen besproken. Op grond hiervan besluiten artsen dat de 85-jarige met alzheimer geen nieuwe lever krijgt en de 17-jarige wel. Dat iemand van 85 soms meer aan het leven hecht dan een 17-jarige, zit niet in deze sommetjes.

Economische modellen beslissen over ­leven en dood. Wat het verongelukte vliegtuig van vlucht MH370 waard was, weten we al. Nu nog de passagiers.

Reageren?
p.dewaard@volkskrant.nl

 

 

 

 

 

 

april 10, 2014Permalink