Weggetreiterd uit de schilderswijk

REPORTAGE Al jaren wordt in het hartje van de Haagse Schilderswijk een groep mensen met psychiatrische problemen geterroriseerd door jongens uit de buurt. De maat is vol.

 

Er kwam hier al eens een ei door het openstaande raam naar binnen gevlogen. Een steen. Een fietszadel. De 27-jarige Aysun laat haar minimalistisch ingerichte kamertje op de tweede etage zien. ‘En een keer stond het vol met rook toen ik binnenkwam. Toen hadden ze vuurwerk naar binnen gegooid.’

Haar fluorroze topje kan haar kwetsbaarheid niet verhullen. Aysun is bang. Haar medebewoners van de Anton Constandse Stichting ook. De veertien cliënten met psychiatrische klachten wonen in het hartje van de Haagse Schilderswijk, om de hoek bij de Haagse markt. En al jaren worden ze naar eigen zeggen getreiterd door jongens uit de buurt.

Voor Lidy Zaat, directeur van de stichting met 180 locaties in Den Haag, is de maat vol. Deze week kroop ze achter haar computer en stelde een persbericht op: ‘Bewoners van de stichting Anton Constandse Stichting worden geterroriseerd.’ Ze koos haar woorden welbewust. Zaat ziet geen andere uitweg meer. ‘We hebben keer op keer meldingen gedaan bij de gemeente en bij de politie. Iedereen is op de hoogte, maar niemand grijpt in. Ik zie geen andere oplossing dan de cliënten te verhuizen. Ik kan niet wachten tot er gewonden vallen.’

‘Hoer’, roept een lachend jongetje naar niemand in het bijzonder
In de straten rondom het appartementencomplex van de stichting sjouwen buurtbewoners deze vrijdagmiddag met tasjes die uitpuilen van groente voor de iftar-maaltijd. ‘Hoer’, roept een lachend jongetje naar niemand in het bijzonder. ‘Oh, je hebt gescholden met de ramadan’, spreekt zijn maatje hem toe.

De Schilderswijk bestaat voor ruim 90 procent uit inwoners van buitenlandse komaf, verspreid over 110 nationaliteiten. Het gemiddelde opleidingsniveau is er laag, evenals de meeste maandinkomens. Zoveel sociale problematiek verzameld op die paar vierkante kilometer, dan kun je verwachten dat soms de vlam in de pan slaat. Toch vindt de stichting Anton Constandse dat cliënten ook hier moeten kunnen wonen. ‘Een kilometer verderop zit een huis waar het rustig is. Daar voetballen cliënten met kinderen uit de buurt’, zegt begeleider Madhuvi.

IJsballen
Maar aan het Terwestenpad wordt de toon gezet door verschraalde eierresten tegen een ruit op de leegstaande begane grond. Een net dat voor het balkon is gespannen om projectielen tegen te houden, vertelt de rest.

‘In december vliegen ijsballen tegen de ramen’, zegt Madhuvi. Haar collega Bea kon een keer net op tijd wegduiken voor een steen. Er zijn ruiten gesneuveld, er is met servies gefrisbeed, ingebroken, brand gesticht en cliënten zijn bedreigd en beroofd. Ook het personeel wordt lastig gevallen. Madhuvi: ‘We hadden een interne vacature, maar niemand wil op deze locatie werken.’

Het begon zes jaar geleden met gepest van leerlingen van de naastgelegen basisschool. Die jongens van toen zijn nu ouder, maar niet minder vervelend, aldus Madhuvi. Er is gepraat met de school, met de wijkagent, met ouders. Bea: ‘Een collega heeft folders uitgedeeld met uitleg over psychische problemen. Een jongetje verscheurde die en spuugde erop. De buurtvaders die erbij stonden zeiden niets.’

‘Ik zag een keer een van die psychische mensen bloot op het balkon staan’, zegt een mollig jochie van twaalf. ‘ Dan lok je het zelf uit’
Psychiatrische problemen zijn in de moslimgemeenschap taboe, denkt Bea. Directeur Zaat voegt toe dat sommige cliënten medicatie gebruiken, waardoor ze er ‘op het oog gedrogeerd uitzien’. Het kan misschien voor een deel de onverdraagzame houding verklaren in een wijk waar kinderen opgroeien met de les dat rondhangende junks crimineel en gevaarlijk zijn.

‘Ik zag een keer een van die psychische mensen bloot op het balkon staan’, zegt een mollig jochie van twaalf. ‘ Dan lok je het zelf uit. ’ Zelf zegt hij nooit iemand lastig te vallen.

Dat zeggen ze allemaal, moppert een 51-jarige Surinaamse vrouw. Ze staat Afrikaantjes te planten in de perkjes op het plein. Niet voor het eerst. ‘Kinderen trekken ze kapot. Als je ouders aanspreekt, zeggen ze: ach, het zijn spelende kinderen. Dat is het probleem, er wordt niet gecorrigeerd.’ Zelf verhuisde ze ooit vanwege getreiter door buurjongens. ‘Maar tegenwoordig vrees ik enkel nog God.’ Desondanks durft ze niet met naam in de krant.

Dat geldt ook voor een ruimschoots met goud behangen Hindoestaan, die tegenover de psychiatrische patiënten woont. ‘Die rotjongens staan te dealen en proberen deuren open te breken. Ik heb weleens wat gezegd, maar dan krijg je een steen naar je hoofd.’

Pesterijen
De politie doet volgens buurtbewoners niets. ‘Volgens mij zijn ze zelf ook bang’, zegt de Hindoestaan. Een woordvoerster van de politie wil niet reageren en verwijst naar de gemeente. Die stelt dat ‘niet is gebleken dat er sprake was van aanhoudend geweld in de richting van bewoners en medewerkers’. De gemeente heeft het over ‘pesterijen’ van kinderen tussen de 10 en 12 jaar die sinds 2012 ‘in intensiteit zijn afgenomen’.

‘Een flauwe reactie’, zegt directeur Zaat. ‘Ze weten precies wat er speelt.’ Begeleidster Bea: ‘Als wij bij de wijkagent een vuurpijl of steen melden, krijgen we te horen dat het arme jongetjes zijn naar wie thuis niemand omkijkt. Er wordt alleen een notitie gemaakt. Dan bel je op gegeven moment de politie niet meer.’