Winst maken

De kans op winst moet investeerders naar de zorg lokken, maar wezenlijke twijfels overheersen. Voor minister Schippers is het een logische oplossing voor een evident probleem. Ziekenhuizen hebben moeite om voldoende kapitaal aan te trekken. In de politiek is alles immers gericht op beheersing van de zorgkosten, terwijl banken de zorg geen aantrekkelijke markt vinden. Er dreigt, kortom, een geldtekort. Schippers’ oplossing: hef het verbod op om winst uit te keren in de zorg, zodat grote geldschieters er brood in gaan zien. Draagt winst maken bij aan betere zorg? Het politieke debat hierover loopt al jaren en nogal wat partijen spelen daarin een ongemakkelijke rol. Eigenlijk is een ruime Kamermeerderheid uit overtuiging tegen, maar Schippers’ VVD wist partijen als CDA, PVV en nu de PvdA er via regeerakkoorden toch aan te binden. Waardoor de PvdA nu een plan verdedigt waar zij pas nog tegen was. Dat is wrang omdat zo een wetsvoorstel wordt doorgedrukt dat omgeven wordt door wezenlijke twijfels. Tegenstanders vrezen dat ziekenhuizen de eigen investeerders hinderlijk achter zich aan krijgen en vooral worden aangemoedigd om geld te verdienen, in plaats van optimale zorg te verlenen. Andere twijfels richten zich op het principe dat particulieren winst gaan maken met grotendeels publiek gefinancierde instellingen. Organisaties met een publieke taak, plots in de greep van het winstbejag – de woningcorporaties zijn nog niet van de schrik bekomen. Waarborgen Het probleem is dat het kabinet die bezwaren ook wel ziet. Daarom zijn er volop waarborgen: winst uitkeren mag, maar pas als de aandeelhouder drie jaar aan boord is, er drie jaar op rij winst is gemaakt, er minstens 20 procent eigen vermogen op de balans blijft staan én de Inspectie heeft vastgesteld dat de kwaliteit van de zorg op peil is. Dat zijn terechte voorwaarden, maar daarmee is het wel een zeer ambivalent voorstel geworden. Experts, waaronder de Raad van State, waarschuwen dat veel ziekenhuizen er zo niks mee opschieten en dat de meeste investeerders niet enthousiast zullen zijn. Daarmee komt de kernvraag in zicht, die in het zorgdebat altijd leidend moet zijn: is de kans groot dat dit wetsvoorstel daadwerkelijk gaat bijdragen aan betere zorg? Wegen de mogelijke voordelen op tegen de mogelijke nadelen? Schippers moet vrezen dat de Eerste Kamer daarop binnenkort een negatief antwoord gaat geven.