Zware jongens niet verslaan maar wegpesten

INTERVIEW Een drugsbaron in de cel krijgen duurt lang – en de straf is kort. Maar als je criminelen goed dwarszit, houden ze het in jouw gemeente voor gezien. Pak ze waar het pijn doet: in hun status.

Dit verhaal gaat over de Korte Klap. Mr. Caspar Hermans is de directeur van de korte klap, door hem liever ‘de rake klap’ genoemd. ‘De mensen die zich onaantastbaar wanen met hun illegaal opgebouwd kapitaal, die willen we dwars zitten, in de nieren prikken, een onrustig leven bezorgen.’

Een onrustig leven – is dat alles? De vorige minister van Justitie, meneer Opstelten, zei in een van zijn klassieke optredens in de Tweede Kamer: ‘Die bendes worden opgerold. Onderliggende criminele structuren worden afgebroken.’

 Programmadirecteur Caspar Hermans.
Programmadirecteur Caspar Hermans.© Renate Beense
 Programmacoördinator René Nuijten.
Programmacoördinator René Nuijten.© Renate Beense

‘Wij denken dat wij het maximale hebben bereikt als het tot een beheersbare activiteit is teruggebracht.’

Wat is dat, beheersbaar?

De taskforce slaat toe

Hoe groot het probleem is van de bestuurlijke ondermijning door criminele organisaties is niet te zeggen. Domweg omdat je niet kunt weten wat je niet weet. Maar cijfers van de Taskforce Brabant-Zeeland geven een indicatie van een enorme omvang.

‘Eigenlijk vind ik het een rotwoord, beheersbaar. We boeken vooruitgang. De werkelijkheid is dat we het afgelopen jaar drie keer zo veel criminele samenwerkingsverbanden hebben aangepakt als in 2013.

‘Nog te veel van die bendes hebben een rustig bezit. Te lang hebben we ze ongemoeid gelaten. Ze zijn schatrijk, ze denken dat ze zich alles kunnen permitteren. Het moet duidelijk worden dat zij de onderliggende partij zijn.’

Wat kan de overheid nog tegen de triade van kampers, motorbendes en Turken die jaarlijks 2- tot 3 miljard uit de onderwereld terugpompt in de Brabantse economie, dat wil zeggen in de bovenwereld? Die met brutaliteit en onbeperkte middelen overal binnendringt, tot in de politiek?

Bedreigd bestuur

In Waalre fikte het stadhuis af, in Tilburg floreert de drugseconomie, in Helmond dook de burgemeester onder. Criminelen infiltreren, bestuurders kijken weg – of zetten zich schrap. Jan Tromp speurt in Brabant naar ‘de ondermijning’.

Teruglezen volkskrant.nl/alle-nieuws-over-bedreigd-bestuur

De commissaris van de koning, prof. dr. Wim van de Donk, vatte de toestand scherp samen: ‘We hebben van doen met een ongeorganiseerde overheid tegenover georganiseerde criminaliteit.’ Omroep Brabant concludeerde dat er sprake zou zijn van ‘een puinhoop’.

Caspar Hermans zet zich schrap. ‘Onze strategie is erop gericht de macht van de criminele industrie in sterke mate aan te tasten en te frustreren. Onze opzet is dat ze de wijk nemen. We zien voorzichtige signalen dat ze andere plekken in Nederland opzoeken. We weten dat ze vanuit Brabant nu uitwijken naar België. Kennelijk worden wij te actief voor hun bedrijfsvoering.’

Was België niet een bevriende natie?

‘We werken ook heel goed samen met de Belgen. En verder dragen we geen verantwoordelijkheid voor de keuze die criminelen maken. Onze specifieke doelstelling is dat ze in Brabant en Zeeland ophouden met hun flauwekul.’

Wat hebt u dan bereikt?

© Renate Beense

‘Dat het beeld van vrij spel niet meer klopt.’

Sinds anderhalf jaar is Caspar Hermans programmadirecteur van de Taskforce Brabant-Zeeland. In die club komen alle instanties samen die een bijdrage kunnen leveren aan het opjagen en zieken van de drugsbaronnen, hun knechten en hun handlangers in de bovenwereld.

Tot niet zo lang geleden zat iedereen in zijn eigen tokootje lekker zijn eigen ding te doen. Dat mag niet meer. In de taskforce worden politie, justitie, gemeenten, Belastingdienst en marechaussee verondersteld de krachten te bundelen. Samen zet men acties op touw die in twee dagen tot maximaal drie maanden kunnen worden afgewerkt. De korte klap.

Burgemeester Peter Noordanus van Tilburg is voorzitter van de taskforce, tevens de koning van de korte klap. Hij is ongeduldig en extreem gericht op actie en op zichtbaarheid van acties. Hij heeft een goeie aan programmadirecteur Hermans, die acht jaar topambtenaar was op Justitie: ‘Beleidsnotities hebben we nu genoeg gezien.’ Op zijn beurt heeft Hermans een goeie aan programmacoördinator René Nuijten, speurhond van de oude stempel, specialist in klussen; recent de vrouwenhandel, nu de ondermijning.

Elke maandagmiddag zit Nuijten met een aantal getrouwen, vertegenwoordigers van verschillende overheidsinstanties, bijeen in een troosteloos politielokaal aan de rand van Breda. Men werkt een lijst af. Wie heeft welke informatie over meneer X? En wie over Y? Omdat de capaciteit beperkt is, is ook altijd weer de vraag: welke actie geven we voorrang? En welke instantie neemt het voortouw?

Nuijten noemt de samenwerking ‘een feestje’.

U overdrijft.

Cijfers

Geruimde hennepkwekerijen
2012: 1.122
2013: 911
2014: 1.108

Waarde afgepakte goederen in miljoenen euro’s
2012: 14,3
2013: 9,8
2014: 8,6

Aantal in beslag genomen planten

2013: 255.564
2014: 312.884

Opgerolde criminele organisaties
2012: 11
2013: 21
2014: 71

34 drugslaboratoria die in 2014 (tot 23 okt.) werden opgerold

2,1 miljoen belastingaanslagen aan ‘windhappers’ (zogenaamd onbemiddelden) in 2014 (tot 23 okt.)

31 miljoen door de rechter opgelegde ontnemingen in 2014

‘Nee, ik meen het echt. Als ik zie waarvan we komen, durf ik best te spreken van een feestje.’

Waarvan kwam u?

‘Drie jaar geleden werden we door alle instanties eigenlijk nog met een kluitje in het riet gestuurd. De tegenwerking is een stuk minder.’

Het is het probleem van elke institutie: samenwerken prima, maar dan naar onze aard en onze gebruiken. Nuijten ziet op maandagmiddag weleens bedrukte gezichten. Er zijn weliswaar afspraken gemaakt, maar deze of gene vraagt zich zichtbaar bedrukt af: oef, hoe ga ik dat thuis verkopen?

Hermans over de samenwerking: ‘Wij zouden er niet zijn als het vanzelf goed ging. Het is geen routine om samen te werken, het vergt een jarenlange investering. De leiding van een organisatie moet niet alleen met de mond belijden dat men het strategisch doel van de Taskforce Brabant-Zeeland omarmt, men moet het ook uitdragen in de eigen gelederen. Men moet de vertegenwoordiger die bij ons aan tafel zit de ruimte geven.’

U spreekt normatief.

‘ Zeker, er is nog verbetering mogelijk.’

De korte klap kent uit zijn eigen aard zijn beperkingen. Grondgedachte is: we kunnen het monster niet verslaan, we kunnen porren uitdelen; het beest in zijn neusgaten prikken – wie weet blaast het grommend de aftocht.

Je laat zo tenminste aan je burgers zien dat je je niet neerlegt bij de toestand. Maar de rest zullen ze zelf moeten doen. Een kentering kan niet zonder publiek bewustzijn, zo is de gedachte. Burgemeester Noordanus, op een bijeenkomst met Turkse Tilburgers: ‘Jullie zullen ook zelf met oplossingen moeten komen. Het spijt me zeer, vrienden, maar ik spreek de Turkse gemeenschap aan. Het gaat om jullie en jullie eigen kinderen.’

© Renate Beense

Dit is de strategie, hiermee zal men het moeten doen. De korte klap, als teken van hoop en wanhoop tegelijk.

Er is nog iets opmerkelijks aan deze strategie. Het gaat ervan uit dat je niet in de eerste plaats moet proberen de zware jongens achter de tralies te krijgen. Eindeloos vermoeiend en daarmee niet effectief. De recherche beschikt bij honderdtallen over afgeluisterde en uitgewerkte gesprekken tussen boef en zijn maat. Maar die lui zijn niet gek en praten in codes. Ze kunnen zich bovendien de beste, in elk geval de duurste advocaten van het land permitteren. Na eindeloos procederen blijft zo op zijn best een celstraf over die een bleek aftreksel is van een oorspronkelijke eis.

Nuijten: ‘Waarom zou je een langdurig strafrechtelijk onderzoek beginnen? Met twintig man ben je al gauw twee jaar bezig. Zo iemand krijgt uiteindelijk een jaar gevangenisstraf, misschien twee jaar. Wij zeggen: we pakken hem een aantal keren achter elkaar. Zodat hij er ziek van wordt. Zo doen we dat. Nu al horen we bepaalde types zeggen: het begint vervelend te worden, misschien moeten we weg hier.’

© Renate Beense

Het verhaal over de voormalige eigenaar van een coffeeshop in Eindhoven biedt een mooi lichtbeeld. In zes jaar verzamelde de man 74 panden, met een geschatte waarde van 12 miljoen. Het leek op een klassiek geval van witwassen. Vorig jaar besloten gemeente, belastingdienst, brandweer en politie hem te gaan opjagen.

Het bleek dat hij een hypotheek had verworven op basis van een arbeidscontract dat niet echt een arbeidscontract was. Een boete van 15 mille plus een taakstraf van 240 uur. Die panden van hem waren voornamelijk verhuurd aan studenten. Er lagen stenen op een dakterras, die stenen konden weleens naar beneden vallen; er stond water in een kelder; een stopcontact zat los. Alleen al in vier panden constateerde het gemeentelijk toezicht tachtig overtredingen.

Om naleving af te dwingen legde het gemeentebestuur dwangsommen op van bij elkaar 1 miljoen euro. Vrijwel wekelijks waren er controles, op vergunningen, huurcontracten, hypotheken, verzekeringen en de technische staat van de woningen. De bedoeling was de man gek te maken. En in diskrediet te brengen bij banken en andere relaties. Zijn advocaat sprak van ‘een heksenjacht’.

© Renate Beense

Hermans vindt dat er maar één vraag is die telt: waar doe ik de crimineel het meest pijn. Hij zegt: ‘Nog steeds bestaat het beeld dat je een crimineel het meest pijn doet als je hem achter de tralies krijgt. Dat is een misverstand. Natuurlijk horen zware criminelen in de cel, daar moet je mee blijven doorgaan. Maar wij zien dat de pijn het grootst is als je aan huis en haard komt, aan auto’s, sieraden en geld. Dan kom je aan de sociale routines die met dat criminele vermogen zijn opgebouwd, je komt aan de dingen die ze voor hun dagelijks leven, voor hun status, voor hun gemak het belangrijkst vinden.

‘Het afpakken is ontzettend motiverend. Je krijgt respons uit de samenleving. De buurt ziet dat die vent die als een pasja leeft, zijn peperdure auto die voor de deur stond te pronken kwijt is.

‘We hebben onlangs onze vierhonderdste auto afgepakt. Vind ik een mooi gegeven.’

© Renate Beense

Nuijten: ‘Eén ding wil je niet: dat de criminaliteit doordringt tot in het bestuur of dat er een omvangrijke, parallelle maatschappij ontstaat zoals in de hennepindustrie inTilburg.

‘Als we het niet op tijd tackelen, ach, ik vind het beangstigend. Wat is de volgende fase? Overal in Nederland heb je wijken waar een sfeer bestaat van: bemoei je niet met ons, wij regelen onze zaken zelf. Beseffen gemeenteraden hoe zorgelijk de toestand is? Zijn ze echt betrokken? Je krijgt bijna toestanden als in de jaren tachtig in Miami. Geen enkele controle meer. We zien een aantal van die gasten rondlopen van wie ik denk: nu aanpakken, zo meteen is het te laat.’

Het klinkt als een verloren strijd.

‘Het probleem is groter dan we denken dat het is. We zijn lange tijd niet alert genoeg geweest om te zien wat zich ontwikkelde.

‘Ik heb het met mensenhandel gezien. Op een gegeven moment werd mensenhandel gedoogd, het werd vergund. In de Utrechtse prostitutie, op de boten aan het Zandpad, kreeg een aantal criminelen bijna een monopoliepositie. De peeskamers waren vergund, de overheid zei: er zit een vergunning op, wij hebben het geregeld, het is goed. Het was helemaal niet goed, die vrouwen waren handelswaar van criminelen. We zijn soms zo ongelofelijk naïef.’

Hermans: ‘Ik zie het absoluut niet als een verloren strijd. We moeten de kansen die er liggen verzilveren. Wij moeten maximaal presteren.’

‘Ik zie het als topsport’, zei u mij eens. ‘Een dag geen actie is een dag niet geleefd’ – die is ook van u.

© Renate Beense

‘Zo benader ik mijn opdracht. Wat mij persoonlijk motiveert is de sociale onrechtvaardigheid. Heel veel burgers en ondernemers die zich voorbeeldig gedragen staan tegenover een groep die zegt: ik veeg er mijn reet mee af. Want dat is wat er gebeurt, openlijk. Daar heb ik persoonlijk de schurft aan, niet alleen als functionaris, ook gewoon als burger. Het rapaille heeft nergens last van, van geen enkele regel. En ze komen er nog mee weg ook. Dat is toch niet te verdragen? We zijn het gaan gedogen, we zijn gaan denken: nou ja, dat hoort er dan misschien wel bij, misschien is het ook weer niet zo erg. Het is wel erg, het is hartstikke erg.’